Zwangerschapsdiabetes

   
Diabetes kan zich ontwikkelen tijdens de zwangerschap bij vrouwen die voordien nooit een verhoogde bloedglucose hadden. De voortdurend stijgende hoeveelheid zwangerschapshormoon kan bij sommigen de alvleesklier zodanig belasten dat deze klier niet langer in staat is om voldoende insuline aan te maken.
Belangrijker nog is dat deze hormonen het lichaam minder gevoelig maken voor insuline (insulineresistentie). De bloedglucosestijging wordt dan niet meer tegengegaan.

Zwangerschapsdiabetes komt voor bij minstens 2.4% van alle zwangerschappen.
Er bestaat een verhoogd risico in volgende gevallen:

  • Bij moeders waar diabetes reeds in de familie voorkomt.
  • Bij moeders van kinderen met een geboortegewicht hoger dan 4kg.
  • Bij vrouwen die eerder zwangerschapsdiabetes hadden.
  • Bij vrouwen met overgewicht.

Deze vorm van diabetes dient ernstig genomen te worden. Een intensieve begeleiding van zowel moeder als foetus is noodzakelijk. De behandeling is te vergelijken met die van een zwangere vrouw met diabetes reeds voor de zwangerschap. Behandeling met tabletten is niet mogelijk omdat die ook inwerken op de alvleesklier van de baby.

Wanneer na de geboorte de insuline tegenwerkende zwangerschapshormonen verdwenen zijn, verdwijnt deze vorm van diabetes meestal. In ongeveer 5% van de gevallen blijft de diabetes bestaan.

Vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad, kennen een verhoogd risico (50%) om ooit type 2 diabetes te ontwikkelen. Een goede opvolging is in dit geval dus belangrijk om diabetes in een vroegtijdig stadium te ontdekken.