Wit meel en aardappels verhogen de kans op diabetes

03/02/06
Een Finse studie heeft aangetoond dat het eten van roggebrood en pasta's in plaats van wit meel producten en aardappels beter is voor mensen met het zogenaamde metabool syndroom. Door de laatste producten minder te eten en de eerste producten méér, wordt de kans op het ontwikkelen van diabetes type 2 verkleind.

De wetenschapper wilden in hun onderzoek bekijken of mensen met overgewicht en het metabool syndroom baat zouden hebben bij het eten van andere koolhydraten. De voordelen zouden dan moeten liggen in een verbeterde gevoeligheid van de insulinereceptoren en een verhoogde afgifte van insuline.

Aan de studie deden 72 mannen en vrouwen mee met overgewicht en het metabool syndroom. Zij werden in twee groepen gedeeld die gedurende 12 weken een verschillend dieet kregen; de ene groep richtte zich op roggebrood en pasta's als leveranciers van koolhydraten, de andere groep op tarwebrood en aardappels. Terwijl het lichaamsgewicht in geen van de beide groepen significant veranderde, bleken er wel verschillen op te treden ten aanzien van de afgifte van insuline. Er werd in de eerste groep zelfs zesmaal zoveel insuline afgegeven als in de aardappelgroep.

Volgens de wetenschappers heeft dit te maken met de lagere glycemische index van roggebrood en pasta's waardoor de bloedglucose in het bloed langzamer stijgt dan het geval is bij witmeel producten en aardappels.

Deze resultaten zijn van belang aangezien mannen en vrouwen die lijden aan het metabool syndroom een extreem hoge kans hebben op het ontwikkelen van diabetes type 2 evenals hart- en vaatziekten. Insulineresistentie is naast overgewicht, hoge bloeddruk en verhoogde bloedvetten één van de vier kernfactoren waardoor het metabool syndroom wordt beschreven.

De wetenschappers bevelen mensen met het metabool syndroom dan ook van harte aan vooral producten te eten met een lage glycemische index. Hiermee is de ontwikkeling van diabetes type 2 tegen te gaan. Het belangrijkste werkingsmechanisme zien de deskundigen in een verhoogd functioneren van de bètacellen (insulineproducerende cellen), een hogere insulinegevoeligheid en een lagere insulineresistentie in de cellen.

© Double Check, Marieke van der Vaart