| Wanneer mensen met diabetes naar verre oorden reizen en hierbij verschillende tijdzones overschrijden, kan het zijn dat de dosis van de insuline moet worden aangepast. Vooral mensen met diabetes type 1 moeten hierop letten. Verschuivingen in de tijd tot maximaal vier uur zijn met kortwerkende insuline op te vangen. Wanneer de tijdspanne echter groter is, dan zal de insulinedosis moeten worden aangepast. Als vuistregel beveelt professor Björn Lemmer, farmacoloog uit Heidelberg aan: "De insulinedosis die binnen 24 uur moet worden ingespoten verandert in verhouding met de extra of verloren uren. Wie bijvoorbeeld naar het oosten vliegt en hierbij zes maal een tijdzone overschrijdt, zou op de dag van de vlucht zijn normale dosis insuline moeten verminderen met 6/24 (6 uur op een dag van 24 uur). Wanneer iemand naar het westen reist en evenveel tijdzones voorbij vliegt, moet juiste deze hoeveelheid extra spuiten." Tevens raadt Dr. Sigrid Ley sterk aan om gedurende reis heel vaak, ongeveer iedere drie uur, de bloedglucosespiegel te controleren. Zij is werkzaam bij het groene kruis in Marburg en zegt: "Ik vind het heel belangrijk dat mensen met diabetes type 1 zelf hun insuline hoeveelheden kunnen bepalen." Een waarschuwing voor hypo's geldt niet zozeer gedurende de uren dat de patiënt in het vliegtuig zit, maar meer voor de volgende nacht. Daarom is het raadzaam om zeker op deze dag voor het slapen gaan de bloedglucose extra te checken. Ook voor mensen met diabetes type 2 geldt het nadrukkelijke advies de bloedglucose zeer regelmatig te controleren om zo onverwachte hypo's en hypers te voorkomen. © Double Check, Marjolein de Wit-Blok
|