Om twee soorten insuline te mengen, wordt aangeraden om als volgt te werk te gaan:
- Meng de troebele insuline door het flesje traag tussen uw handen te rollen. NOOIT schudden.
- Kijk na of de troebele insuline volledig vermengd is; er mogen geen insuline kristallen meer zichtbaar zijn op de bodem van de fles.
- Reinig de rubberen stop met een alcoholdoekje.
- Verwijder eerst de witte beschermdop van de zuiger en dan pas de oranje naaldbeschermer, door ze een kwartslag te draaien en ze daarna voorzichtig af te halen.
- Zuig lucht in het spuitje door de zuiger omhoog te trekken tot ongeveer op de hoogte van de voorgeschreven dosis van troebele insuline.
- Prik de naald in de rubberen stop van de fles troebele insuline en duw de lucht in de fles.
- Zorg ervoor dat de fles goed recht staat bij het inbrengen van de lucht. Trek de spuit uit dit flesje. Voor het ogenblik trekt u nog geen troebele insuline in de spuit.
- Zuig lucht op in de spuit door de zuiger omhoog te trekken tot op de hoogte van de in te spuiten dosis heldere insuline.
- Prik de naald door de rubberen stop van de fles met heldere insuline en duw de lucht in de fles door op de zuiger te duwen.
- Keer het flesje met de heldere insuline met de spuit ondersteboven. Trek de zuiger naar beneden tot iets voorbij de in te spuiten dosis. Let erop dat de naaldpunt zich in de vloeistof bevindt en niet erboven.
- Stelt u luchtbellen vast, laat deze verdwijnen door lichtjes met uw vinger op de spuit te tikken.
- Wanneer de luchtbellen komen bovendrijven, druk dan de zuiger een beetje terug. De luchtbellen worden hierdoor terug in het flesje gespoten.
Nota : Als u de luchtbellen, ondanks alle inspanningen, niet kan verwijderen, spuit dan alle insuline terug in het flesje en zuig opnieuw traag insuline op.
- Druk de zuiger terug tot aan het juiste aantal eenheden en trek de naald uit het flesje.
- Kantel het flesje troebele insuline een paar keer heen en weer om zeker te zijn dat de insuline goed gemengd is.
- Breng de naald nu in de fles troebele insuline en trek de zuiger langzaam op om de juiste dosis insuline te verkrijgen.
Zeer belangrijk: mocht u per vergissing teveel troebele insuline hebben opgezogen, spuit dit dan niet terug in het flesje, maar trek de naald terug, spuit de volledige inhoud in de gootsteen en begin opnieuw.
Trek de naald uit het insuline flesje, nu bent u klaar voor uw inspuiting.
Nota : Zorg ervoor dat de insuline dagelijks in dezelfde volgorde opgetrokken wordt.