Type 1 diabetes, ook
insuline afhankelijke diabetes genoemd, wordt gekenmerkt door de totale teloorgang van de insulineproductie in de pancreas. Deze vorm ontstaat meestal op jonge leeftijd en kan vrij plotseling optreden.
Het is een aandoening waarbij het
glucose- of suikergehalte in het bloed
chronisch verhoogd is. Daarom spreekt men ook wel van 'suiker' of suikerziekte. Glucose is de voornaamste energiebron van de cellen. Om deze op te kunnen nemen, hebben de cellen insuline nodig. Insuline is als het ware de sleutel die de cel opent voor glucose. Wanneer er
geen of onvoldoende insuline wordt geproduceerd of wanneer de insuline om één of andere reden minder werkzaam is, raakt de glucose niet in de cel en stijgt het suikergehalte in het bloed. Dit is wat er bij diabetes gebeurt.
Vanaf het begin van de ziekte moeten patiënten dagelijkse insuline injecties krijgen, ondersteund met een gezonde en evenwichtige voeding.
Bovendien is het belangrijk dat diabetespatiënten hun suikerspiegel verschillende keren per dag meten en in functie daarvan een aangepaste dosis insuline inspuiten. Het aantal controles dat men dagelijks moet uitvoeren, is afhankelijk van de behandeling, het type insuline, de maaltijden en tussendoortjes, de fysieke inspanning, enz. Om een dagcurve van de suikerspiegel te kunnen bepalen, zijn 3 tot 4 controles per dag nodig, zeker bij een intensieve behandeling. Sommige mensen controleren zich vaker, b.v. omdat ze intensieve fysieke inspanningen moeten leveren.
Een geregeld onderzoek door een arts, meestal om de twee à drie maanden, vult de zelfcontrole aan. Daarbij wordt onder meer gelet op symptomen, klachten of letsels die op het ontstaan van verwikkelingen kunnen wijzen, zoals zenuw- en doorbloedingsstoornissen of een gezichtsvermindering.
De diagnose wordt gesteld wanneer bij twee bloedafnames :
- De nuchtere bloedsuikerwaarde > 126mg/dl of 7 mmol/l bedraagt
- Bloedsuikerwaarde in de loop van de dag > 200mg/dl of 11.1 mmol/l bedraagt
De normaalwaarden voor bloedglucose zijn nuchter steeds lager dan 110 mg/dl of 6.1 mmol/l.