| Bij het gebruik van inhaleerbare insuline kan het voorkomen dat de patiënt een beetje moet hoesten. De stijging van het aantal antilichamen beïnvloedt de werkzaamheid van de medicijnen echter niet. Wanneer de patiënten met diabetes type 2 nu al over het preparaat zouden kunnen beschikken, zouden velen overstappen op insulinetherapie.
Dat zijn zo'n beetje de belangrijkste conclusies uit een presentatie over inhaleerbare insuline die is gehouden op het diabetologen congres in München. Volgens deze presentatie van professor Joseph Brain uit Boston, had 9,6% van de 900 patiënten die insuline inhaleerden, last van hoesten ten opzichte van 0,2% van de mensen die insuline injecteerden. Hoesten is het meest voorkomende ongewenste effect dat wordt veroorzaakt door het inademen zelf. Het hoesten komt meestal in een milde vorm voor, wordt niet met een afname van de longfunctie in verband gebracht en neemt in de tijd af. Ook werd in sommige gevallen een milde vorm van ademnood vastgesteld.
Verder werd tijdens de studie, waarbij 752 mensen met diabetes type 1 en 291 mensen met diabetes type 2 waren betrokken, een verhoging vastgesteld van insuline anti-lichamen. "Dat lijkt verder echter geen consequenties te hebben" aldus Brain. Een verband tussen deze verhoging, hypo's, insulinedosis, bloedglucosewaarden of HbA1-c werd niet gevonden.
Inhaleerbare insuline maakt het mogelijk een effectieve beheersing te verkrijgen over de stofwisseling. Wanneer het al beschikbaar zou zijn, dan zouden veel meer mensen met diabetes type 2 overstappen op insulinetherapie. Slechts 16% besluit over te stappen op insuline wanneer ze de keuze hebben tussen insuline-injecties of orale therapie. Wanneer men echter ook kan kiezen uit inhaleerbare insuline, dan stijgt de acceptatiegraad aanzienlijk. 43% zou dan insuline gaan gebruiken.
Wanneer inhaleerbare insuline op de markt komt, is nog niet duidelijk.
© Double Check, Marjolein de Wit-Blok |