Om een geschikte bloeddruppel te verkrijgen, gaat u als volgt te werk:
Was uw handen zorgvuldig met warm water en zeep. De resultaten kunnen vervalst worden door de aanwezigheid op de vingers van producten zoals ontsmettingsmiddelen, crème, lotion of suiker.
In de vingertoppen prikken kan pijnlijk zijn: verkies de zijkant van de vingers en vermijd wijsvinger en duim.
Wissel van prikplaats om eeltvorming te voorkomen: verander regelmatig van vinger en van zijde van de vinger.
Masseer uw vinger zorgvuldig van de palm naar de vingertop. Dit voert meer bloed naar uw vinger.
Indien dat met uw priktoestel kan, kiest u de diepte die voor u het best past.
Start met de minst diepe instelling die geadviseerd wordt in de bijsluiter. Indien de bloeddruppel niet volstaat, ga naar de volgende diepte instelling.
Prik aan de zijkant van uw vinger om de bloeddruppel te verkrijgen.
Nadat u uw vinger heeft geprikt, brengt u de bloeddruppel op de strook aan (of op de sensor) en zet u uw toestel in werking.
Lees het resultaat af en noteer het in uw dagboek.
Het materiaal veilig opbergen is uw verantwoordelijkheid. Daarom moet u:
Het lancet indien mogelijk met eigen dop beschermen.
Al het gebruikte materiaal (lancet en strip) in een afsluitbare container werpen.